Rare gedachten en anekdotes waar ik afzonderlijk geen mens mee durf lastig vallen maar gebundeld wel gewoon over je heen dump

  • één ding erger dan slechte muziek in de supermarkt is goede muziek in de supermarkt.
  • korfbal is de meest overbodige sport ooit.
  • onlangs ontdekte ik dat ik me best vaak vergist heb bij het neuriën van een slaapliedje voor mijn boelekes. In plaats van Slaap kindje slaap neurie ik het verrassend gelijkende Amerikaanse volkslied. Ben benieuwd wat dat op lange termijn met mijn kindjes zal doen qua grootse levensambities, oppervlakkige vriendelijkheid en wapenbezit
  • ik ben ietwat late to the game om te zeggen dat ik late to the game ben.
  • ik vind het raar dat guur (weer) ongeveer hetzelfde betekent als onguur (persoon).
  • hoeveel mensen zouden nog een vliegtuig nemen als het gemiddeld 1 op 10000 zou crashen? (Of bij 100.000 of bij 1000?)
  • naar The end van The Doors luisteren op mijn sterfbed? Dát zou ik niet overleven.
  • er zit een meisje bij Louie op de naschoolse opvang en zij heet Meta. Ik stel me dan voor dat de papa een wiskundige is en de mama een filosofe. En dat Meta het compromis was tussen respectievelijk Algebra en Sofisme. Of zoek ik het nu te meta?
  • ik zag een filmpje waarin twee mannen blootvoets voetbalden met bowlingballen op een veldje bezaaid met duizenden legoblokjes en dacht: het eindpunt van onze beschaving is bereikt.
  • Ik had net de ladder uit onze tuin nodig. Er zaten twee grote huisjesslakken op, nam deze er voorzichtig af en liet ze vrij in de planten. Mijn zoontje vond het niet grappig toen ik daarbij riep: Escar GO! Dezelfde non-reactie gaf hij zijn mama toen ze tijdens het nemen van een heftige haarspeldbocht uitriep: Wow, da’s echt een bocht om U tegen te zeggen!
  • Een wijnhandel in een Hollands kustdorpje (u las kutdorpje maar er staat wel degelijk kustdorpje). De oude man naast me vraagt aan de verkoper om hulp: ‘Ik zoek een droge, witte wijn.’

-‘Nou, dan heeft u geluk. Heel deze wand achter me is droge, witte wijn’.

-‘Wat kunt u me aanbevelen?’

De verkoper neemt best wel snel een fles droge, witte wijn.

-‘Wel, ik heb deze: (bedenk dik Hollands accent erbij): een hele lekkere Pinot Grigio’.

-Oh, (bedenk gewoon een foute uitspraak) een Pino Grigjigio! Dat ken ik. Lekker! Doe er mij maar drie’.

Ik stap de winkel uit en de equivalenten van bovenstaand gesprek waaien tussen mijn oren:

Komt een man bij de boekenwinkel.

‘Goeiedag mevrouw, heeft u fictie?”

‘ Heel deze ruimte rondom ons is fictie’.

-‘Wat kunt u me aanbevelen?’

De verkoper neemt best wel snel een boek uit de kast.

-‘Wel, ik heb deze: dit is Science fiction’

-‘Oh een Saans fictoen!’ Doe er mij maar drie!

Komt een vrouw in de muziekwinkel:

‘Goeiedag meneer, heeft u moderne muziek?”

‘ Heel deze ruimte rondom ons is moderne muziek’.

-‘Wat kunt u me aanbevelen?’

De verkoper neemt best wel snel een cd uit de rekken.

-‘Wel, ik heb deze: dit is Death metal.’

-‘Oh Ded Metaal!’ Doe er mij maar drie!

Idem voor musea, kruideniers, bouwmarkten, autodealers, vakantiebeurzen, …

Ik kan alleen niet kiezen welke van deze equivalenten het meest treffend is en begrijp alweer ten volle: hoe heerlijk zou een leven zijn zonder keuzestress.

  • Ik ben dom.

Nee, de onderstaande voorbeelden om dit waterdicht te bewijzen zijn niet door de jaren heen verzameld. Het vergde me slechts enkele weken:

– in de klas voor nieuwkomers van allerlei pluimage moest ik het woord ‘verpleegster’ uitleggen. Gretig tikte ik het woord in bij Google images. Twee keer raden welk type verpleegsters achter me op het smartbord verscheen *

– In een andere klas had ik het lumineuze idee om het spreekwoord ‘Oost west, thuis best’ te duiden… aan vooral oorlogsvluchtelingen.

– We hebben een mega-auto gekocht voor onze mega-gezinsuitbreiding en ik belde naar de Renault-garage in Amsterdam-Noord om een sleutel te laten bijmaken.

‘Euh, dat kunnen we niet voor u doen’ zei de vrouw aan de telefoon. Het moment om mijn meest laconieke, wijsneuzige toon boven te halen, was aangebroken: ‘Volgens Google maken jullie wel degelijk autosleutels voor Renaults bij.’

‘Meneer, u belt met een Peugeot-garage.’

– Tijdelijk had ik dus twee auto’s: de oude Citroën die ik wou verkopen en de pas aangeschafte tweedehands Peugeot, euh Renault. Aan beide wagens waren mankementen dus bedacht ik de vlotste manier om naar de automecanicien te gaan. Ik heb me echt 10 seconden mentaal voorgesteld hoe ik (zoals bij twee fietsen) met de ene auto naar de garage kon rijden, terwijl ik de andere aan de hand meenam.

  • Weer een voorbeeld van hoe enorm dom ik kan zijn: in het kleine inkomhalletje van de crèche tussen 18 peutertjes staan en onder mijn schoenzool kijken omdat ik kak ruik.
  • Hoe ik als leraar de les seksuele voorlichting opluisterde. ‘Welk verhaal willen jullie horen?’ vroeg ik, zoekend naar de aandacht van de door knisperend kampvuur opgelichte gezichten van mijn vrienden: ‘Een persoonlijke anekdote: ofwel over het domste, ofwel over het gênantste, of over het meest hilarische wat ik ooit heb gedaan?’ De meningen waren verdeeld, maar ik had goed nieuws: mijn domste, meest schaamtevolle en hilarische daad ooit, betreft één en hetzelfde verhaal. ‘Oh, ga je weer vertellen over die ene les seksuele voorlichting’, opperde de ene vriend die me dus veel te goed kent. Ik kon het niet ontkennen… Ik was ongeveer 23, bezig aan mijn tweede jaar als leraar en deed dat in de onthaalklassen waarbij minderjarige nieuwkomers een Nederlands taalbad krijgen om erna vlotter door te stromen naar het reguliere onderwijs. Ik was wat nerveus voor deze speciale lesnamiddag. We hadden immers een mevrouw uitgenodigd (die bij aankomst een fruitige jongedame bleek) om onze pubers wat bij te spijkeren over seks, intimiteit, anticonceptie en het menselijk lichaam. De meisjes en jongens werden in aparte groepen verdeeld. Ik stond bij de jongens. Lachen en gieren werd afgewisseld met onvoldoende verborgen verbazing en makkelijk te doorprikken machogedrag. Het had me verbaasd als één van deze jongens enige seksuele ervaring had, behalve dan de twee maal dagelijkse zelfbetasting onder de lakens. Als je hormonen met het blote oog kon zien, zag je in één oogopslag ons gehele melkwegstelstel in dat klaslokaal. De seksuele voorlichtster (zeg je dat zo?) nam uit haar gigantische didactische koffer een kartonnen silhouette van een vrouwenlichaam. Mijn Marokkaanse, Turkse, Ghanese, Chinese, Poolse slungels konden hun geluk niet op. De jongedame legde het vrouwenlichaam op de tafel waarrond we verzameld waren en moest nog één ding uit haar koffer nemen. Het was gebeurd vóór ik het doorhad: één van de Berbertjes was – ijveriger dan ooit tevoren- met een pen schaamhaar beginnen tekenen op de kartonnen vagina. De nietsvermoedende jongedame sloot de koffer, draaide zich om en zag een tafereel waarvan de herinnering haar tot op het sterfbed van een glimlach zou doen vergezellen: een kring van even verbaasde als geamuseerde puberjongens en een docent die vliegensvlug speeksel op zijn vingers had gedaan en met snelle, korte bewegingen de vulva schoonmaakte.
  • Mijn afkeer van de N-VA wordt stilaan zichtbaar vanuit de ruimte
  • Het is gaandeweg wel verbeterd maar mijn Engelse uitspraak is niet echt to write home about. Zo vertelde ik een vijftiental jaar geleden aan een vriendin over een geweldige nieuwe TV-serie op de kersverse betaalzender HBO: een reeks van vijf seizoenen over de stad Baltimore waarin in elke jaargang een ander facet van de samenleving werd belicht: drugdealers, economie, politiek, onderwijs en media. Mijn gesprekspartner was geintrigeerd en wou het zeker een kans geven, maar eindigde met: “ik snap alleen niet goed waarom een Amerikaanse serie zichzelf ‘De waaier’ noemt.”
  • Branden zal ik. De wegen van het geheugen zijn ondoorgrondelijk: gedurende een 2187-tal supermarktbezoeken dacht ik niet terug aan dat ene incident, maar gisteren was het dan toch zover: de privé-tijdsmachine in mijn hoofd voerde me terug naar een goedgemutste, ietwat baldadige stemming op een zondagogochtend te Antwerpen. De danspansjes van de dag voordien schokten nog wat na en den Delhaize werd in het verlengde daarvan mijn speelveld. Ik zette mijn boodschappenmandje op de grond, deed een vijftiental stappen voorwaarts, nam een pak boter en draaide me om. De stand is 87-86 voor de tegenpartij, Stoop heeft de bal, 3, 2, 1. Vanop verre afstand werp ik het zuivelproduct pal in mijn mandje. Ik zeg het luidop: He shoots…. he scores! Ik kijk rond me of iemand deze miraculeuze actie heeft gezien. Eén man staat schijnbaar apathisch te staren. Zoals de ware NBA-speler betaamt, sta ik daar trots met mijn rechterhand nog in de lucht en zie dat mijn enige getuige zijn mandje draagt met twee stompjes. Rot dat ik me voelde! Hoezo komt nu juist iemand zonder handen mijn gloriemoment verknallen! Als je nu zegt dat ik sowieso naar de hel ga, moet ik je teleurstellen. Dat weet ik al 35 jaar. Op mijn tiende ging ik bewust op de slaapkamer van mijn zus haar braafjes bijeen gespaarde rolletjes Stophoest stelen zodat ik de dag erop tijdens het klasbezoek aan de kerk alsnog iets zondigs te bekennen had in de biechtstoel. Dat ik die rolletjes Stophoest om te verbergen één voor één inbracht in een scheur van mijn teddybeer (Kathleen genaamd), een opening die toevallig exact op de plek van haar vagina zat, wakkert het hellevuur vooral nog aan.
  • Heb jij dat soms ook dat je op je fiets iemand kruist die je kent (een buurman ofzo) en dat je elkaar groet en bedenkt dat die dan aan jou denkt en hij beseft dat jij denkt dat hij denkt aan hoe hij aan jou denkt, ad infinitum. En dat je bij ad infinitum terugdenkt aan een scène in Infinite Jest waar een jongeman met zijn vingers op de rug van zijn kersverse geliefde een 8 tekent en je pas een bladzijde later bedacht dat zij natuurlijk neerliggen en hij eigenlijk het symbool voor oneindigheid  ∞ vormde en jij dit tegelijk hyperromantisch vond en ook blij was om eindelijk iets in dat boek te hebben begrepen. En dat je vanuit de oneindigheid vanzelfsprekend uitkomt bij -duh- Spinoza met zijn sub specie aeternitatis en hoe je af en toe de dingen in het perspectief van de eeuwigheid moet bekijken om de zwaarte van het moment te doen afvlakken met je eigen nietigheid en hoe je zowat jaarlijks aan een kampvuur met vrienden naar de sterrenhemel zat te kijken, klinkend op je eigen kleinheid en deze herinnering uitmondt in een fantasie, want plots stapt Zarathustra uit de bosjes om te komen prediken over molenstenen en eeuwige terugkeer van hetzelfde en houden van je lot. En natuurlijk kom je dan in een uithoek van je geheugen terecht bij een gesprek dat je in het plaatselijk jeugdhuis had als eerstejaarsstudent filosofie waar je tegen een vierdejaarsstudent filosofie je ontluikende liefde voor Nietzsche verkondigde en hij aan jou vroeg wat je dan van zijn begrip ‘Amor fati’ vond en dat je blozend moest bekennen dat je geen idee had en hij verduidelijkte dat je nog nougabollen van Herr Friedrich had begrepen en hoe je dik twintig jaar later beseft wat een lul je moet zijn om een enthousiast groentje zo’n schaamrood te bezorgen door met moeilijke termen te gooien en je snapt dat dit exact is wat je hierboven zelf zit te doen, maar dat dit ten dele is toegestaan vanwege de overduidelijke knipoog en deels illustreert wat een omhooggevallen lul (mooi beeld) je zelf bent en dat ook voor jou het prachtige Vlaamse spreekwoord geldt: ‘Die denkt zeker dat den evenaar door zijn gat loopt.’ Herkenbaar, toch?
  • Natuurwijnen kopen is als Russische roulette. Zes pogingen, één keer raak.
  • Ik weet dat ik volgens de ongeschreven regels van de geschreven kunst het ‘show don’t tell’-principe moet respecteren, maar toen ik vorige week meende dat er een mug op me zat en ik bij het doodkloppen met de blote hand ontdekte dat het een mega-huisspin betrof, vond ik dat vooral gewoon heel goor
  • Als je in Nederland alle “ja precies” en in Vlaanderen alle “zenne” en “amai” gedurende één jaar optelt, krijg je exact hetzelfde getal.
  • Is het een bewijs dat je highbrow bent als je weet dat er zoiets als high- en lowbrow bestaat?
  • Er komt altijd een moment waarop een gestreken broek die doorheen de dag verrompelt en een niet-gestreken broek die doorheen de dag een beetje gladder wordt door ze te dragen, exact hetzelfde oogt.
  • Als je een boom over iets opzet op Facebook en er is niemand in de echte wereld die er naar luistert, is er dan geluid?
  • Ken je het gevoel dat je helemaal trots op jezelf bent omdat je sport en op je lijn let, maar erna beseft dat je daar in feite nog niet mee begonnen bent? Letterlijk met de chocola in je mond gepropt, fier zijn op je dieet.
  • Als deze fase nóg langer doorgaat, wordt de pick-up line van mijn vijfjarig zoontje over dik tien jaar iets in de trant van ‘Ik heet Louie en hoe scheet jij? Of ‘Ga je wel eens vaker uit in deze … poep
  • De tijd dat je langer leeft door je tanden te flossen is op de minuut even lang als de tijd die je bespaart door je tanden niet te flossen.
  • Rosie, mijn dochtertje van twee, wordt steeds wakker met een luier vol plas. Maakt niet uit hoe lang ik wacht met haar te verschonen: ze wacht met drolletjes leggen tot ze een nieuwe luier aan heeft. Mijn ochtendlijk warhoofd komt er maar niet uit of ze hiermee Schrödingers kat of Pavlovs hond demonstreert.
  • Leuke denkoefening als je de langste rij hebt gekozen in de supermarkt: wat zouden bekende filosofen vinden van hedendaagse fenomenen:
  • Socrates over Facebook

Plato over Tinder

Descartes over Chatgtp

Marx over Musk

Wagner over Baudet 

Arendt over Trump

Camus over bladblazers en

Nietzsche over de eeuwige terugkeer van defecte printers en roltrappen.

  • Onze peuterdochtertjes zitten momenteel in zó’n moeilijke fase dat ik en mijn vrouw op maandag tegen elkaar zeg “Geniet van je weekend’ en op vrijdag “Succes op je werk”
  • Een ouder die vastbesloten aan een vriend een filmpje wenst te tonen van zijn of haar yoghurt-etende peuter is het equivalent van iemand die een verhaal inluidt met ‘het is waarschijnlijk alleen grappig als je er zelf bij was, maar ik ga het toch vertellen.’
  • Ik vraag me af of saaie mensen weten dat ze saai zijn. En zo ja, of ze dan héél verwonderd en dankbaar zijn als een niet-saai persoon met hen wil afspreken.
  • Ben ik de enige die na het afwerken van een taakje, plots beseft dat hij dit op zijn to do-lijstje was vergeten schrijven, het alsnog onderaan toevoegt om het meteen erna weer te schrappen en dat -aaaaaah- lekker vindt?
  • Vorige week zag ik in de hal van een zwembad voor het eerst een Siamese tweeling in levende lijve. Mijn zoontje van vijf had haar/hen net gemist, maar omdat ik de andere kinderen met ogen als augurkpotten zag staren én de kans groot is dat Louie deze enige Siamese tweeling in heel Nederland (ik zocht het op) de volgende zwemles wél treft, wou ik hem een beetje voorbereiden. Nadat ik had verteld over het aan elkaar vergroeid zijn (in dit geval aan het hoofd), over alle implicaties dit heeft voor het dagelijks leven, over hoe zeldzaam het is, had hij slechts één vraag: “Papaaa, hoeveel poten heeft die?”
  • Iemand die zegt dat je tegenwoordig niks meer moogt zeggen, is als iemand die klaagt over zijn gevangenschap terwijl de celdeur wagenwijd open staat.
  • Hoewel mijn tweejarige tweelingdochtertjes af en toe al wat beter samenspelen, heerst er nog voldoende afgunst en bezitterigheid om volgend tafereel te creëren: Juultje zingt uit volle borst “Zo gaat de molen. Zo gaat de molen” waarop Rosie schreeuwt: MIJN MOLEN MIJN MOLEN! Dit is dus een peuteraal geval van een heuse copyright claim.
  • Hoe vaak geef ik als ouder instemmende feedback aan mijn ratelende zoontje zonder daadwerkelijk te luisteren? Met gierende wind in de oren op de bakfiets of wanneer ik tijdens het koken bedenk dat ik me dringend moet inschrijven voor een mindfullnesscursus, vertelt hij uitzinnig lange anekdotes waarop ik mijn instemmende of motiverende reacties eerder gok dan meen. Bijgevolg lijkt me de mogelijkheid reusachtig dat onze kinderen gedurende de gehele geschiedenis van het bestaan van kinderen -en die is lang man- de oplossing voor wereldvrede en de zin van het leven hebben bedacht én de relativiteitstheorie verzoend hebben met quantumfysica, terwijl volwassenen met hun propvol hoofd antwoorden met ja ja ja, oh echt, wow en toen?
  • Als ik ooit een roman schrijf, vang ik die aan met de meest erbarmelijke openingszin in de geschiedenis van valse starten, zodat de rest van mijn schrijverij verrassend meevalt.
  • Er komt onvermijdelijk een moment waarop je tegen je tweejarige zegt: “Doe niet zo kinderachtig!
  • Zo dood als een pier is wellicht de domste uitdrukking ooit. Als er nu één dier is dat juist niet makkelijk doodgaat als je er pakweg in snijdt is het die wel. Sterker nog, het leeft dubbel voort. Zo springlevend als een pier!
  • Ik heb mijn vrouw nog nooit zo snel zien lopen dan toen we in de dierentuin bij de gordeldieren stonden en ik opmerkte dat ze eigenlijk op extreem groot uitgevallen huisstofmijt of kakkerlakken lijken.
  • Is het je ook al opgevallen dat het altijd de minst actieve FB-friends zijn die posts delen over privacy? Mensen die je 12 jaar geleden hebt bevriend en géén idee had dat ze nog steeds verscholen achter digitale bosjes het hele gebeuren zaten te aanschouwen. Hoe minder iemand deelt, hoe sneller die een post deelt waarin hij zichzelf beschermt bij het delen. Hierdoor is het enige wat bij hem of haar beschermd moet worden de hoax zelf. Dergelijke ironie laadt mijn batterij dankbaar op. Ik hoop dat ze hier nog een paar jaar blijven.
  • Als puber heb ik eens mijn middelvinger opgestoken naar mijn beide grootouders (de pit en de pépé). Dat zat zo… (wordt vervolgd)
  • Suggesties voor nieuwe lesvakken in het secundair onderwijs:

– Zelfspot en zelfkritiek

– Boeken die meer boeien dan Tiktok

– Social media-kunde, met thema’s onderverdeeld per jaar:

+ aanwerving van de moed en het inzicht over het weglaten van een knipoog 😊

 op het einde van een geestige of als mogelijk beledigend interpreteerbare zin.

+ fast-check versus complot.

+ genieten van het moment zonder het te moeten filmen en met de wereld delen

+ de studie van de valkuilen rond interpretatie en communicatie in een Whats-app groep. (eventueel aangevuld met het specialisme: de burenapp)

  • Wie zichzelf écht pro diversiteit -in alle kleuren, origines en gedachtengoed- noemt, moet in principe ook fascisten omarmen, want zij vormen als minderheid ook een schakering in de brede maatschappelijke waaier.  Omgedraaid betekent dit: fascisten zorgen tegen beter weten in voor een diverse samenleving. Hoe extremer ze worden, hoe diverser het geheel. Pure win-win dit soort omdenken!
  • Een in Nederland wonende Vlaming die exact voor 50% geïntegreerd is, kan in principe deze zin spreken: ‘de poep hing nog aan de poep na het poepen in de poep.’
  • Ik zeg niet dat de wereld nu om zeep gaat maar ik besef op basis van de laatste jaren wel dat -als het zou gebeuren- we daar allen naar gaan staan kijken als koeien naar een trein, twijfelend of we de popcorn zoet of zout willen.
  • Als je de schrijver van het boek ‘Entangled Life: How Fungi Make Our Worlds, Change Our Minds & Shape Our Futures’ een naam moet geven die perfect past bij dergelijke spirituele en wetenschappelijke paddenstoelenminnaar dan kan niemand iets beter verzinnen dan zijn echte naam: Merlin Sheldrake. Ik ontdekte dat er een term bestaat voor dergelijke namen die toevallig perfect passen bij iemands beroep of passie: ‘aptronym’. Usain “Lightning” Bolt en de dichter William Wordsworth zijn goede voorbeelden, maar ik heb er meer: Mieke Vogels (ex-voorzitster van Groen), thriller-schrijfster Karin Slaughter, seksuologe Kaat Bollen, gynaecoloog Piet Uitdenbroeck en Filip Dewinter (is coming).
  • Ik stak ooit een keertje de straat over op mijn fiets en werd bijna door een auto gegrepen die zonder te kijken naar rechts afsloeg. Mijn razernij werd in een ijsbad geworpen toen ik zag dat mijn eigen grootouders in de auto zaten. Mijn pit en pépé waren zó geschrokken door de bijna botsing dat ze me niet herkenden. Ook mijn snel weggemoffelde middelvinger konden ze -gelukkig- niet thuisbrengen.
  • Tijdens Louies verjaardagsfeestje antwoordde één van de zesjarige gasten op hoopvolle toon op de vraag wie er limonade wou: ‘Hebben jullie ook koemelk?’ Mijn eerste gedachte was dat ik was terechtgekomen in een klimaatdystopische SF-roman die zich afspeelt in het haar 2075 in volle schaarste. Daarna besefte ik weer dat ik me gewoon in 2024 in de zenit van de Grachtengordel bevind.
  • Nieuwe termen voor een nieuwe tijd: – digitator : de compulsieve drang om alles op je tijdlijn en de reacties op je post tot in de kleinste puntjes te willen bepalen en opschonen. – hartverarmend: wanneer mensen het medelijden-hartje verkeerdelijk gebruiken als geweldig-hartje – kaboomerang: het deukje in je zelfbeeld dat je krijgt wanneer iemand die je zelf totaal niet grappig vindt, onder je post een LOL-emoticon plaatst – indiridigischaamte: indirecte digitale schaamte wanneer je op de trein iemand lustig ziet scrollen in een insta of FB-feed en plots -ook voor jezelf- beseft hoe stom en absurd dat eigenlijk is. – doublebummer: de teleurstelling die na mijn blijdschap komt als ik iemand in de trein zie lezen en daarna ontdek dat het een boek van Colleen Hoover betreft, is tweeërlei: Colleen Hoover én het besef van mijn eigen elitarisme.
  • Wat hebben een krolse kat, een ambulance, een stofzuiger, een mug, een dalend passagiersvliegtuig en een luid slapende buurman gemeen? Geluiden die ik in het holst van de nacht verkeerdelijk heb geïnterpreteerd als het huilen van mijn eigen kindjes.
  • Het wordt tijd dat we het erover hebben. Het heeft lang genoeg geduurd. Me nog langer inhouden, zou me doen barsten. WAAROM STAAT ER EEN T AAN HET EINDE VAN RECHTSOMKEER?! Wat doet die daar? Wie houdt ons voor de gek? Het is ommekeer, keer op keer, treinverkeer en dus blijkbaar rechtsomkeert. Wat een willekeurt!
  • Weet je wat ik echt zo stom vind? De blik van een TV-kok die aan het einde van een gedemonstreerd recept een hapje neemt van de eigen bereiding. Ik snap dat hij/zij niet zuur kan kijken of het van pure walging uitspuwt, maar moeten we telkens naar een orgastische smoel kijken van iemand die gewoonweg niet kan geloven zojuist alwéér van de hemel te hebben geproefd? Hoe hard zouden we een dichter weglachen (of zelfs haten) als die na het laatste rijm zichtbaar verbaasd is over het net voorgedragen formidabele gedicht. Een leerkracht die op het einde van zijn les euforisch voor de klas buigt, een piloot die zichzelf na de landing een applaus geeft. Het enige beroep dat in de buurt komt qua zichzelf schouderklopjes geven, is politicus.
  • Een paar ochtenden geleden aan de ontbijttafel vroeg mijn vrouw of er al ooit iemand heeft bedacht om een komische pornofilm te maken. Geen persiflage of B-gedrocht maar gewoon échte humor verwerkt in seksscènes. Het zou volgens ons een megahit of -waarschijnlijker- een catastrofaal fiasco worden. Alvorens onze kindjes als hongerige kuikentjes in hun nestjes begonnen piepen en we de prioriteiten des levens weer even herschikten, kwamen we nog net met een titel voor het filmproject in ons taalgebied: Slap stick.
  • Tijdens het omkleden in de gezinskleedkamer van het zwembad vroeg mijn vrouw aan mijn zesjarig zoontje ‘Wil je even jouw ondergoed opvouwen?’ Onderbroek en onderhemd kent hij al lang, maar aan zijn verbazing en hilariteit te zien, was ondergoed een nieuwe term. Zo’n kans kon ik niet laten liggen. ‘Louie, er bestaat ook ‘onderslecht’. Dat is als er een bruine streep op zit.’ Ik keek naar mijn vrouw en mede dankzij bijna veertien jaar relatie las ik van haar gezicht af dat ze weer mentaal aan het turven was: dad joke nummer 17 vandaag.
  • Waar ik maar niet aan kan wennen in Amsterdam zijn de weekendtoeristen die rond 8u ‘s morgens zichtbaar tegen heug en meug op hun nuchtere maag een joint staan te roken enkel omwille van het feit dat ze het nog steeds niet kunnen geloven dat dat hier gewoon straffeloos kan. 100% The Dutch Experience maar dan lijkbleek met wallen als grauwgrijze vijvers.
  • Ik at een toastje met gorgonzola omdat ik later op de dag nog ging joggen (ik woon al ruim acht jaar in Nederland maar wat ik doe weiger ik pertinent ‘hardlopen’ te noemen). Ik had het immers zonde gevonden dat ik het nog ná mijn sportieve inspanning zou opeten. Met mijn mond vol schimmel ontdekte ik het immense gat in mijn redenering.
  • Rond mijn 18e trachtte ik leeftijdsgenoten van vrouwelijk pluimage te imponeren met een puisterig filosofisch gemijmer waarbij ik de vers van Herman de Coninck ‘Er drijft een zwaai en ze weet het niet’ verbond aan Bowie’s ‘Planet earth is blue and there’s nothing I can do’. Geen idee hoe ik dat precies deed, maar ik weet nog wel dat het niet werkte.
  • Mijn dochtertje van 2,5 noemt een ding dat stuk gaat steevast ‘pakot’. Ik vind dat als papa ronduit geniaal. Hoe kan je immers de kapotte staat van een object beter illustreren dan door het woord eveneens fout uit te spreken? Net toen ik aan het overdenken was of er nog woorden bestaan waarbij vorm en inhoud zo naadloos samenvallen (NVDR: het was niet ‘net op dat moment’. Er zat anderhalve week tussen. Dit is alweer Joa’s elastische dichterlijke vrijheid) was ik de dekseltjes voor de kleipotjes aan het verzamelen en raakte ik geïrriteerd door de lastigheid van de klus. Een aha-erlebnis overviel me: daar komt natuurlijk het woord ‘deksels’ vandaan! Omdat je de passende deksels op je potjes constant kwijt bent. Ik riep naar mijn vrouw: ‘Ik ben die dekselse deksels zo beu’ Heb je ‘em? Heb je ‘em? maar aan haar blik zag ik enkel …. nummer 18.

Vraag me niet waarom maar de flauwekulmachine onder mijn hersenpan richtte zich afgelopen week vooral op nieuwe televisieformats. Ik bundel ze hieronder onder de noemer ‘Confrontaties.’

1. TV-programma 1: Expeditie Robbeneiland: twee rivalen of tegenpolen moeten een maand lang samenleven op een onbewoond eiland. Een donkerrode sos met een rechtspopulist, een fervente atheïst met een religieuze dogmaticus, een aandachtsgeile influencer met een mensenschuwe boskluizenaar, etc. hebben gedurende die maand slechts één doel: wie zich in gesprekken het meest verzoenend en begripvol opstelt wordt door de kijkers thuis en door een professionele jury verkozen tot ‘Empathicus sympathicus van het jaar’ en krijgt een pot geld. Bovendien krijgt de winnaar iets ongelooflijk zeldzaam: een eigen podcast!! Eerste aflevering: de zieneres en medium Jomanda met hardcore-scepticus Maarten Boudry.

2. TV-programma 2: Diva’s op Lesbos

Twee rijke, bekakte diva’s (we noemen ze voor het gemak even Astrid en Natalia) worden onder het voorwendsel van een gratis verblijf in een 5 sterren-resort naar Lesbos gelokt, maar moeten een jaar lang helpen in een tentenkamp voor gestrande bootvluchtelingen. Ze doen dit zonder iphone, 48-delige make-up set en hun wekelijkse voorraad aan sushi. Écht primair dus! De grootste klap moet echter nog komen voor de twee troela’s: als het jaar voorbij is, blijken de camera’s die hen de hele tijd volgden niks te hebben gefilmd. Helemaal fake! Maar wat is dan het TV-programma, hoor ik u denken?! Een special van een half uur waarbij we hun reactie zien op deze openbaring. ‘Mor allé, nu hebben we ons nen helen tijd zo goe gedrage, veur die vuile sukkels hier gezorgd en niemand hée da hier gezien of wa? Veur wa hebbe we ‘t dan gedoan?’ Uitlachtelevisie 2.0.

3. TV-progamma 3: Hey teacher, leave us kids alone!

– Ex-studenten confronteren in de studio hun oud-leraars of ex-professoren decennia nadat ze onzinnigheden in de klas hadden verkocht.

Reclamestem om kandidaten te ronselen: “ Jij, ja jij daar! Had je ook een leraar Duits die doodleuk vertelde dat Hitler ook heel goed was geweest voor de economie en het aanleggen van wegen? Grijp je kans!” ….

“Het is nu of nooit! Bespreek eindelijk vrijuit met jouw prof waar je twintig jaar geleden de ballen en scherpte niet voor had! De publicatiegeschiedenis van het debuut van Voltaire in het Frans uit je hoofd leren heeft NIKS te maken met filosofie.”

4. TV-programma 4: De exenketel

Vijf bungalows, twintig exen, vier kandidaten… In elke bungalow volgepropt met camera’s zitten per kandidaat vier exen een hele week te praten over de minpunten van hun gezamenlijke ex-partner. Als kandidaat kijk je 24/7 mee hoe ze het samen uitproesten over je irritante stopwoorden, de spreekwoorden die je als oude koeien uit de gracht bleef bovenhalen, de dad jokes zonder dat je effectief al papa was, je lijfgeur en andere hygiënische hiaten, je misplaatst elitarisme, je on-voor-stel-ba-re saaiheid, je onoprecht altruïsme, je fake ego, het garnaaltje tussen je benen en het eufemistisch koosnaampje dat je daaraan gaf, je doldwaze familie, de herinneringen aan de meest gelukkige momenten uit je leven die je tot vervelens toe bleef herhalen, de rare geluiden die je in je slaap maakte, je oh zo voorspelbaar seksueel stappenplan in de bedstee, … En gieren dat je ex-vrouwen doen! Wie van de kandidaten het langst kan blijven kijken, wint een pot geld en een vijfdelige EMDR-sessie.

Epiloog: ik wil jullie bedanken voor het trouw lezen van deze rubriek met rare gedachten en anekdotes, maar dit wordt wellicht de laatste keer. De kans is namelijk groot dat Endemol en/of Netflix één van bovenstaande formats gaat opkopen en uitwerken, want zeg nu zelf: het potentieel is immens! Dit wil je toch allemaal zien! Als ik binnenkort massa’s poen heb geschept en mijn eigenwaarde niet langer via social media moet vergaren, denk ik dankbaar aan jullie terug. Het was fijn even tussen het gewone volk te vertoeven. Gegroet!

Hoe vaak ik ook op refresh druk, ik krijg maar geen mailtje van Endemol of Netflix rond mijn zelfbedachte TV-formats (zie mijn vorige FB-dump). Omdat ik hierdoor nóg rustelozer ben geworden, belde ik gisteren naar de receptie van het studiecentrum ‘Eckhart Tolle als een dolle’ om me in te schrijven voor een cursus mindfulness, maar de eerstvolgende sessiereeks gaat pas van start in april. ‘Hoezo start die niet nú? Ik heb het vandaag nodig.’ De vrouw reageerde met een ‘Gewoon, dat is onze planning.’ ‘Maar ik kan aan niets anders meer denken? Ben er helemaal vol van, zo op dit eigenste ogenblik.’ De vrouw had mijn flauw grapje niet door. Ze was duidelijk ergens anders met haar gedachten. En toch bleek ze wel degelijk iets te hebben opgevangen, want ze vertelde me dat er bij haar collega’s van ‘Lollen als een dolle’ wél nog een cursus ‘Dad Jokes voor beginners’ was die later op de dag zou aanvangen. Inschrijven voor vier sessies zou me 159 euro kosten en een ingangsexamen van slechts één flauwe grap.

“Euh oké, missie accepted! Komt ie! Al sinds 1947 staat er op elke vernieuwde fles Dreft: ‘Verbeterde formule… nu tot 10X krachtiger, tot 4 X krachtiger, tot 5X krachtiger’. Volgens mijn berekening is Dreft tegen 2065 een kernmacht.” Het werd uitzonderlijk lang stil aan de telefoon. “Meneer euh Stroop, ik heb even overlegd met de lesgever van Dad Jokes en u mag de cursus zelf geven.”

Ik zie in Amsterdam steeds meer jongeren rondlopen met bomber jackets waar in grote letters een opschrift staat waarmee ze -wellicht onbewust- met die ene letter L de grote transitie in de vorige eeuw samenvatten: IN GOLD WE TRUST.

Van Aquino, Descartes, Kant en co etaleerden hun godsbewijzen die op hun beurt mettertijd werden aangevochten door atheïsten en allerhande wetenschappers. Maar de voor-en tegenstanders gingen één voor één voorbij aan het ene allesoverheersende bewijs dat een Goede, Almachtige God niet bestaat: de belachelijk disproportioneel heftige pijn die je voelt na het nauwelijks stoten van je kleine teentje.

– Wat hebben Hells Angels, Indiareizigers en marathonlopers gemeen? U ontdekt het ergens in onderstaande post.

– Om mijn morele ambitie wat op te krikken, stuurde ik een open sollicitatie naar een reclamebureau. Tot mijn grote verbazing werd ik uitgenodigd op gesprek. Ik moest ter plekke en ter stond goeie slogans verzinnen. Zij noemden een merk en ik moest snel antwoorden.

Kleenex: Euh … tissues voor uw issues!

Chaudfontaine: Water tegen de kater!

De VVD: Actie in de fractie!

SportBH’s van Adidas: Euh duo voor een …. Nee. Wacht. Netjes voor de tetjes!

Nivea: Deo voor nonkel Theo!

Hoewel ik enorm op dreef was, mocht ik vroegtijdig beschikken. Er zat blijkbaar te weinig lijn in mijn stijl.

– Mijn zesjarig zoontje is zoveel braver en gehoorzamer dan ik op die leeftijd. Als we via tijdreizen in dezelfde klas zouden zitten, zou hij zijn eigen papa de hele tijd bij de juf gaan verklikken.

– Het is een kwestie van tijd vooraleer deze zin in een roman komt: ‘Ik ervaar dit zoals een FB-like de komst van het hartje, de wow- en de lol-emoticon. Ik voel me tegelijk gezien én ondergewaardeerd.’

– Nadat ik Louie in zijn klas had uitgezwaaid, liep ik in de gang achter Juultje aan en besefte ik plots dat ik haar tweelingzusje kwijt was. Met daverend hart begon ik paniekerig te zoeken en daarbij Rosie te roepen, want dat is logisch. Zo heet ze. Plots hoorde ik heel zacht op oorhoogte: ‘Hier’ Ik had haar de hele tijd in mijn armen. Zo heb ik toch wel mooi het zoeken naar een bril die gewoon op je hoofd zit overtroffen.

– Ik heb heel lang gedacht dat ik omringd werd door uilen. Dat komt door mijn grootmoeder (‘mijn pit’). Toen ik als kind met haar en mijn grootvader (‘de pépé’) in de speeltuin van Sint-Anneke op Linkeroever onder de schaduw van de hoge populieren mijn kindertijd met mooie herinneringen vollaadde, vertelde ze ons wijselijk dat de ‘oe oe’ van daarboven het geluid van uilen was. Toen mijn volwassenheid in volle vaart de wereld onttoverde, ontdekte ik dat het natuurlijk doodeenvoudige stadsduiven betrof. Hoe mooi zou het leven zijn als we dergelijke verbloemingen konden blijven vasthouden? Zit er daarom zoveel magie in verWONDERing en beTOVERing. En voelen we daarom bij het doorprikken ervan niks minder dan het verlies van het mirakel? De ontGOOCHELing…

– Tijdens het verschonen van de luier, bracht Rosie plots haar handpalmen tegen elkaar en zei ze ‘Namaste’. Mijn blije verrassing -hebben die Hindoes dan tóch gelijk met hun reïncarnatie- mondde al snel uit in teleurstelling toen mijn vrouw me eraan herinnerde dat ze op de crèche peuteryoga krijgt. Klier als ze is, plaagde mijn vrouw me daarna met: ’Hoopte je dat je je reisverhalen van India nog een keertje eindeloos kon vertellen aan iemand?’ En het is waar. Indiareizigers zijn het equivalent van marathonlopers en Harley Davidson-fanaten: tegen heug en meug kunnen ze eindeloos lullen over hun passie en als ze een medeliefhebber treffen, verkleint de ruimte zich tot vier ogen en hun stokpaardje. Mochten Indiareizigers een koplamp op hun hoofd hebben zouden ze naar elkaar seinen.

– Al bijna negen jaar ben ik ervan overtuigd dat ik Amsterdam(-Noord) nooit meer zal verlaten. Wie wil weten waarom ik nu toch plots twijfel, leest het ergens in onderstaande tekst (die aldus met een suffe teaser en flauwe poging tot cliffhanger aanvangt.)

– Mijn zoontje van zes mocht iets zoets meenemen naar school omdat het Suikerfeest was. Dit feest kwam voor de juffen als geroepen ter illustratie van het huidige klasthema waarbij de kleuterteentjes voor het eerst werden gedipt in de belangrijkste religieuze stromingen.

‘Wat vieren ze dan bij Suikerfeest’? vroeg mama.

‘Lekkere dingen eten’

‘Ja, maar waarom?

‘Omdat Jezus uit een doos kwam’

Papa en mama eenstemmig: ‘Waaat, welke doos?!’

“Gewoon, dé doos.’

Hoeveel minder oorlog zou er zijn als alle gelovigen van hun religies dergelijke hutsepot zouden maken?

Eén van zijn juffen is nogal fan van de bijbel en zag haar kans schoon om de eerste stapjes in religieuze sferen af te buigen richting haar favoriete mens ooiiit: die van Nazareth. Na een paar dagen begon Louie te klagen over een vreemd gevoel.

‘Het wiebelt.’

‘Waar?!’

‘Hier!’ (en hij wees naar de borststreek).

De juf had hen blijkbaar verteld dat Jezus altijd in hun hartje zit en mijn lieverd had het weer wat te letterlijk opgevat. Positief is wel dat hij eindelijk eens de Jezus leert kennen van de redding des mensheid en van de totale zelfopoffering voor al onze zonden, en niet enkel de Jezus die bij ons thuis reeds veelvuldig ter sprake kwam: “Jezus, wat een kutweer” en “Jezus Christus, eet nu eindelijk je broccoli op!”

– Ken je het gevoel dat je blij of zelfs gelukkig bent en plots beseft dat je iets negatief over het hoofd ziet? Oh, wat een heerlijke dag…. maar wacht… er klopt iets niet… oh fuck ik heb vanmiddag een wortelkanaalbehandeling. Tegenwoordig heb ik vaak: oh wat een goede dag is dit, ik heb echt niks te klagen, zo genieten … maar, zie ik nu geen detail over het hoofd? Oh ja, het nieuws. De wereld.

Iemand die op Facebook onder een pleidooi voor meer vrouwen in leidinggevende en politieke posities reageert met “Euh en Thatcher dan” is éxact even voorspelbaar als de moeilijkheid om in een nieuwe of onbekende supermarkt de eieren te vinden.

Ik hoorde mijn zoontje Louie, nog steeds zes jaar, vorige week de volgende zinnen formuleren: ‘Hun hebben een nieuwe auto gekocht.” “Hun eten altijd choco op de boterham. ” Mijn eerste reactie was: “Jezus Christus”, mijn tweede: ‘We moeten NU weg uit Amsterdam!”

Zelfspot kan de wereld redden. Hoeveel minder ellende zou er in de wereld(geschiedenis) zijn met een gullere dosis zelfspot in ieders hartje.

Een kruisvader die op weg naar heidense oorden struikelt, met zijn kruis op zijn houten kruis valt en plots moet lachen met het inzicht dat hij onderweg is om eenieder die niet in naastenliefde gelooft een kopje kleiner te maken. Hahaha… ennnnn weer huiswaarts naar moederlief.

Stel je politieke leiders voor die zichzelf wat minder en hun taken wat meer au serieux nemen. Een hooligan of nationalist die bij een zeldzaam eureka-moment tijdens het scanderen van allerlei door anderen verzonnen motto’s beseft: ‘best wel raar dat ik mijn hele identiteit heb opgehangen aan iets waar ik zelf rien de rien verdienste aan heb. Omdat ik toevallig in Rotterdam geboren ben breek ik de neus van deze Ajaxiet. Haha hoe dom!’ Of het binnenpretje van een recensent die een boekbespreking inlevert met de term ‘Dickensiaans’ zonder ooit een letter Dickens te hebben gelezen.

Jezelf te kakken zetten is de beste remedie tegen mentale constipatie. Zelfspot is de meest miskende deugd maar vereist natuurlijk wel een tikkeltje twijfel, inzicht en inwaarts gerichte argusogen. De afgelopen jaren heb ik op FB al meerdere afgangen en bewijsmateriaal van mijn eigen domheid aan de grote klok gehangen bij mensen die je ten allen tijden kunt wakker schudden voor wat hoon en vertier. Voorbeelden waren die keer dat ik in de minuscule inkomhal van de crèche tussen 20 peuters terechtkwam en bij een toenemende kakgeur onder mijn schoenzool keek. Of toen ik eventjes twee defecte auto’s bezat en tien seconden lang doodserieus zat te bedenken hoe ik met de ene auto naar de garage kon rijden met de andere auto aan de hand.

Ik herinner me uit de tijd dat er nog enkel krijtborden bestonden dat ik als leraar tijdens het bordschrijven onbewust mijn gehele rechtervoet voor een klas vol pesterige pubers in een emmer vuil water onderdompelde. Maatje 50 kopje onder tot groot jolijt van de puistenbende. Later in mijn leven zullen mijn schoenen nog ettelijke keren door dierbaren ‘boten’ worden genoemd.

Lachen met jezelf is ook nodig als papa. Hoe overdreven trots en dolgelukkig word ik als ik vrienden vertel over hoe mijn kindjes het konijn dat onze tuin soms frequenteert ‘Springsnuffie’ hebben genoemd. Mijn foto staat in de encyclopedie naast ‘cringe’.

Vorige week zei mijn zoontje dat zijn piemel een beetje pijn deed, waarop ik reageerde met: ‘’Oei, piemelpijn is niet van de poes.’ One dad joke a day keeps the shrink away zeg ik zo’n vijf keer per dag tegen mijn oogappeltjes.

Qua zelfspot heb ik een lange weg moeten afleggen en de eindstreep is nog niet in zicht. Iemand dicht bij mij -laten we deze persoon voor het gemak ‘mijn vrouw’ noemen- is een lichtend voorbeeld omdat ze zeer kundig is in de kunst van het lachen in spiegelbeeld. Ik heb het van in den beginne bewonderwaardig gevonden hoe ze de volgende anekdote zonder gêne smakelijk kan vertellen: als eventmanager voor een cultuurhuis te Amsterdam moest ze ooit een congres organiseren voor de dames en heren van het CERN. Nu nog stellen ik en mijn vrouw ons voor hoe op de jaarlijkse feestjes rond het meer van Geneve de nerds en genieën schaterlachen met dat ene Hollandse blondje dat op voorhand even polste of het podium moest worden versterkt indien ze hun deeltjesversneller gingen meenemen.

Zelfspot kan de wereld redden. Ik schreef het hier vorige keer al: jezelf te kakken zetten is de beste remedie tegen mentale constipatie. Wat is voor een zelfspotter nu de allergrootste uitdaging? Wat is voor een reflectielacher het equivalent van een man met hoogtevrees die gaat parachutespringen of van een kleine hobbit die de ring naar Mordor moet brengen? Juist! Een dagboekje openen uit zijn jongvolwassenheid en kijken wat nu werkelijk het niveau was van gedichten en gedachtenkronkels waar hij destijds zo vol van was en bloedserieus bejegende.

Ik sla mijn boekje (met de verplichte ets van Escher op de voorkant) open en ontwaar een viertal rubrieken tussen mijn eigen schrijfsels:

Rubriek 1: zeventachtig miljard adolescenten in de puisterige geschiedenis waren me voor met dit idee en meenden één voor één dat het een unieke vondst betrof:

“Hij pleegde zelfleven.”

“Liefhebben is jezelf half geven en volledig terugkrijgen.”

“In de liefde is 1+1=1”

“Het is de kunst om geboren te worden tíjdens je leven.”

Rubriek 2: na een glaasje of jointje te veel op komt onverbiddelijk de waan dat je Jorge Luis Borges bent.

“Ik heb mijn jas laten liggen in mijn droom.”

“Ik heb de zin ‘ik heb mijn jas laten liggen in mijn droom’ meegenomen uit mijn droom.”

“Mijn bestaan betekent niks voor deze boom.”

“Hoe kan ik nu 580 jaar geleden overleden zijn!?”

“Het kosmisch ei dat niet ontplofte en ik die dit niet schrijf.”

Rubriek 3: moraliserend geneuzel

“We hebben Pluto, Uranus, Neptunus, Jupiter, Mars, Mercurius, Venus en Saturnus ontdekt… Nu nog de aarde.”

“Als de mens niet zou bestaan, zou God leven.”

“De mens moet wat meer heimwee hebben naar diegene die naast hem zit.”

Rubriek 4: vernuftige doordenkertjes van de onderste plank

“Ik ben een iconoclast en weet daarom niet wat het woord betekent.”

“De mens verschilt in niets van het dier dan doordat hij weet dat hij onwetend is.” (in niets anders, écht!?)

En als kers op de taart:

“Is de eendagsvlieg langer dood dan de mens?

De dood is toch eeuwig. Want wat is oneindig min 75 jaar?

En wat is oneindig min 1 dag? Toch wel hetzelfde, namelijk oneindig.

En toch leeft de mens langer! Zie hier de beroemde Stoop-Paradox.”

Om daadwerkelijk de ring in Mount Doom te gooien, ga ik aan de Humo-redactie vragen of ik mijn eigen notitieboekje mag recenseren.

* Bestaande jobs waar niemand weet van heeft:

– Mensen die 38 uur per week 1 à 2 veertjes in elke doos eieren stoppen om ze landelijk en natuurlijker te doen overkomen.

– De too-sensitivity readers: lezers die over de schouders van de sensitivity readers kijken om terug te halen wat ze te overgevoelig hadden geschrapt.

Techneuten in maatpak die er om een duistere reden voor zorgen dat alle stofzuigsnoeren bij het terugdraaien exact op 21 cm blijven steken.

– Door de fossiele brandstof- en autolobby betaalde huurlingen die reparateurs van liften en roltrappen in bus- en treinstations omkopen of desnoods in elkaar trappen om het openbaar vervoer nóg onaantrekkelijker te maken.

* Omdat mijn driejarige dochtertjes in een fase zitten waarin ze gretig herhalen wat hun ouders zeggen, is het extra oppassen geblazen. Gisteren had ik chance. Ik stootte mijn kleine teen aan een stoel en schold het uit. Rosie had me net niet correct begrepen dus riep ze de rest van de ochtend: ‘Kot!’ ‘Kot!’ ‘Kot!”

* DigiTaal: nieuwe woorden op sociale media.

– De antiaddict: de wachttijd die je hanteert om niet meteen te reageren op een post, comment of vraag en zodoende niet over te komen als iemand die niets anders te doen heeft dan de godganse dag te refreshen.

– De egolasso: het veel te lange lijntje dat iemand trekt van het eigen grote gelijk naar de woorden van een ander als instemmende reactie op een post.

– Het kanonpardon: je dwarse mening willen ventileren met het risico op ruzie maar meteen daarna verzoening wensen. Een zeer irritante combinatie waar ik zelf jammer genoeg in uitblink.

* Ik hunker naar een geschiedenisboek van eerste keren. Wie zijn ze? Wanneer leefden ze? Wat dreef hen? De eerste keer dat een mens lacht met een scheet, de eerste post-coïtale sigaret, de allereerste ergernis bij een stofzuigersnoer die niet helemaal naar zijn huisje terugkeert, de eerste slappe lach, de eerste keer dat iemand een wilde hond wou temmen, de eerste keer dat iemand stilstond bij de mogelijkheid van tijdreizen, de eerste keer dat iemand zich afvroeg of ons klimaat al sneller om zeep zou zijn geholpen moest het Christendom niet bestaan hebben waardoor de wetenschappelijke en industriële revolutie al eeuwen eerder invoege traden, metéén gevolgd door het idee dat er ergens een dimensie bestaat waarin wezens niets anders doen dan de pan uitlikken nadat er scampi’s in look in werden gebakken. De lijst is eindeloos!

* Wat was het leven nog simpel toen ik dacht dat vezels muesli was, eiwitten het wit van een ei en koolhydraten die lange slierten aan een banaan.

* Er bestaan best veel correlaties waar nog geen academisch onderzoek naar is gedaan: mannen met een overdreven stevige handdruk stemmen vaker rechts. Middenvaksrijders lachen nog steeds bij de herhalingen van Allo Allo. FB-gebruikers die een lol-emoticon plaatsen onder een artikel dat maar een beetje riekt naar woke of metoo-strijd hebben vaak platgetreden levenswijsheden, niet-grappige grappen en een allegaartje aan objectief lelijke foto’s op hun eigen profiel. Kijk zelf maar!

* Wanneer één van mijn kindjes weer eens een scheet laat, zeg ik dat er een kabouter tussen hun billen zit die af en toe op zijn trompetje blaast. Benieuwd of die daar nog steeds woont, als ze ooit op de zetel liggen bij de psychoanalyticus.

* Vreemde maar waarachtige correlaties tussen types: deel 2

Mensen die een scheet laten in een winkel als ze denken alleen te zijn en wanneer dat niet zo blijkt met hun schoenen op de vloer heen en weer bewegen in de hoop een geluid te fabriceren dat kan doorgaan als een scheet, gebruiken gaarne het woord ‘fingerspitzengefühl.’

– Types die dagelijks hun tanden in een volle appel zetten, hebben wel eens vaag gehoord van David Henri Thoreau maar hebben nog nooit Walden gelezen.

– Mensen die liever eiwit dan eigeel lusten, denken dat ze geld hebben gewonnen als ze een tegenvallende trui retour terugsturen.

* Een beetje in dezelfde correlerende lijn: ik meen stellig te kunnen stellen dat ik aan gezichten een muzieksmaak kan afleiden. En nogal precies ook. Ik observeer voorbijgangers op straat en weet gewoon dat die ene kerel vindt dat goeie muziek ophield bij de Pixies, dat de jonge zwartharige sinds afgelopen zomer Nina Simone in haar bloed voelt stromen en dat die ene boomer grote Dylan-fan is hoewel hij tegen wil en dank al een halve eeuw herhaalt dat Bob nooit elektrisch had mogen gaan. Dat zie ik gewoon.

* Een meisje in mijn middelbare school sliep in een doodskist.

* The revolution will not be televised, it will be factchecked.

* Al sinds mijn vroege jeugd keert steeds de gedachte terug dat er op één tel ergens in de wereld sowieso mensen worden gefolterd én anderen verliefd worden. Eenentwintig, tweeëntwintig …

* Ik heb empirisch kunnen vaststellen dat geen enkel menselijk wezen het grappig vindt als ik – nadat ze op hun tong hebben gebeten- vraag of het lekker smaakte. Zelfs mijn eigen kindjes niet. Ook niet de zeventiende keer.

* Een ideetje: is het niet zo dat het huidig laat-kapitalistisch, hoogtechnologisch systeem ervoor zorgt dat de creativiteit van enkelen de creativiteit van de massa lamlegt?

* Een flard uit een waargebeurd cafégesprek: ‘Oh, heb je ooit filosofie gestudeerd? En wie is dan je favoriete filosoof.”

“Johan Cruyff”.

* In Amsterdam-Noord hoorde ik een oude man in een elektrische rolstoel voor mensen met meer luiheid dan beperking tegen een reiger zeggen: ‘Wat ben jij een grote duif!’ Een week daarna zag ik in Antwerpen twee bruin geschminkte bakvissen over een duif zeggen: ‘Amai, wa ies da veur kankerdikke duif.” In de Lage Landen is er geen nood aan Sir Richard Attenborough.

* Als de vrije markt dan toch zo vrij is, waarom zijn er dan lobbyisten?

* Bovenstaande opsomming is een logisch gevolg van mijn hinkstapspringend brein. Zoals ook gebeurde nadat vorige maand een sommelier de fles rode wijn voor onze neus beschreef als ‘boers’ én ‘funky’, waardoor de oesterzwammen op mijn bord zich spontaan transformeerden tot een soultrain van dansende landbouwers in glitterpak.

* Eén van de grootste frustraties in mijn leven is dat niemand in mijn hoofd of hart kan kruipen om exact te voelen wat ik voel bij het beluisteren van bepaalde muziek.

* Jezus was woke.

* Emoticons op FB:

– een vinkje ontbreekt om te tonen dat je iemands comment hebt gelezen maar zonder het echt leuk te vinden noch akkoord mee te gaan.

– De wijze waarop de lach-emoticon nu wordt gebruikt, loopt enorm uiteen. De ene staat natuurlijk voor welgemeende lol, de andere voor iemand vierkant uitlachen. Ik word echt ziek van het aantal uitlachreacties, vooral onder artikels rond klimaatproblematiek of eender welk ethisch-progressief thema. Ik klik dan wel eens zo’n profiel open en dat verklaart dan veel, waardoor de wereld weer even heerlijk logisch oogt.

* ‘Wisdom is knowing what you have to accept.’ (Wallace Stegner)

* Plots doorzie ik de strategie van (extreem)rechtse partijen tegen migratie: de boel zelf zo verzieken dat niemand nog naar hier wil komen. En nu we ons toch nog begeven op die ouderwetse schaal: links-progressieve mensen zijn gewoon echt veel gezelliger en leuker en liever en warmer dan rechts-conservatieven. Ze weten het niet want ze vertoeven in andere kringen, maar het is gewoon zo.

* Wanneer ik de voorbije maanden rondkeek op straat en in de supermarkt: werkelijk niemand ziet er goed uit in de winter.

* Er zijn minstens twee dingen die ik niet begrijp: stemmen op Trump en After eight-chocola. Ik heb de laatste maanden zoveel podcasts geluisterd en artikels en boeken gelezen om beter te begrijpen waarom mensen op Trump stemden. Ik snap de socio-economische, culturele, zelfs religieuze factoren maar ik blijf het op zuiver psychisch, menselijk vlak niet vatten. Zelfs als ik wanhopig in de penarie zou zitten, dan nog zou ik zeggen. ‘Ok, mijn leven is dik kut, ik word omringd door drijfzand, maar deze walgelijke fooraap laat ik wel even passeren. Ik wacht wel op de volgende messias.’

* Als we mensachtige wezens op een andere planeet zouden ontdekken, zou ik het raar vinden dat de meesten hun ganse leven op één plekje blijven zonder de rest van hun planeet te hebben gezien.

* Nu ze richting vier gaan, kunnen mijn tweelingdochtertjes het véél beter met elkaar vinden. Dat is natuurlijk fantastisch, hoewel ik hun verhitte dialogen toch wel ga missen. Vaak begon het onschuldig…

Juultje: ‘Zeg eens raket.’

Rosie: ‘Raket.’

Juultje: ‘Je billen staan op internet.’

1 minuut later:

Juultje: ‘Praat me niet na’

Rosie: ‘Praat me niet na’

Juultje: ‘Praat me niet na’

Rosie: ‘Praat me niet na ‘

Juultje: ‘Jij mag niet op mijn verjaardagsfeestje komen.’

Rosie: ‘Nee, JIJ mag niet op mijn verjaardagsfeestje komen!’

* De allerlaatste devote gelovers in voodoo beseffen nu eindelijk ook dat hun geloofsovertuiging larie en apekool is. Doorslaggevend bewijs is hoe bijna de gehele mensheid hoopt en bidt voor de dood van één persoon en zelfs ondanks massaal vereende krachten viert Herr Donald binnenkort zijn 79e verjaardag.

* Kan schimmelkaas beschimmelen?

* Soms, heel soms, komt er een woordspeling in me op waarvan ik gewoonweg niet snap waarom ik of eender wie dit nu pas bedenk. Dat zijn natuurlijk de gave parels: voordehand liggend en desondanks briljant. Zo kwam vorige week deze veelzeggende woordcombinatie in me op. Hou je vast, hier komt íe: ‘Mens…dom’ en ‘dieren…rijk! Geniaal, toch? Maar ik heb dan ook op the school of life gestudeerd.